‘Zonder ongemak verandert er helemaal niks’

Tanja Dik hoeft niet lang na te denken over de vraag of ze ongemakkelijke onderwerpen uit de weg gaat. Integendeel. ‘Zeker in deze wereld hebben we met elkaar veel ongemak te bespreken. Zonder dat ongemak verandert er helemaal niks.’

Voor de directeur van de Johan Cruijff ArenA gaat dat samen met hoop, samenwerking en vooral ‘nul ego’: niet bang zijn voor het antwoord ook niet als dat gevolgen kan hebben voor je eigen positie. Zo vroeg ze burgemeester Femke Halsema rechtstreeks of de ArenA op deze plek eigenlijk wel toekomst had. ‘Als het antwoord zou zijn dat verhuizen beter is voor Ajax, Amsterdam en de ArenA, dan moet je dat onder ogen durven zien. Ook als dat betekent dat ik hier geen baan meer heb. Dan ga ik wel iets anders doen.’ Die houding had ze als kind al. ‘Ik kwam op voor anderen, trok mijn mond open en wilde dingen bespreekbaar maken. Ik stelde vaak de vraag: waarom doen we dit eigenlijk zo?  Nee, ik was geen meelopertje.’

Veel meer dan voetbal en concerten

Toen Tanja Dik in 2021 directeur werd van de Johan Cruijff ArenA, kende ze de wereld van entertainment en theaters goed. Toch verraste het stadion haar. Niet door Ajax, de wedstrijden van Oranje of de grote concerten maar door alles wat er daarnaast gebeurt. ‘Pas als je hier werkt, zie je hoeveel er aan deze plek vastzit: tours, zakelijke evenementen, duurzaamheid en activiteiten met bewoners en organisaties uit de buurt. Ik noem het weleens een snoepdoos. Er zit zoveel in dat ik eigenlijk niet één ding wil kiezen.’

De functie heeft haar naar eigen zeggen niet veranderd. ‘Daar ben ik misschien te oud voor’, zegt ze lachend. Maar vijf jaar werken in Zuidoost heeft haar wel veel geleerd. De diversiteit en de persoonlijke gesprekken brachten maatschappelijke onderwerpen dichterbij. ‘Als je de kracht en het talent van Zuidoost wilt benutten, moet je elkaar verstaan, begrijpen en naar elkaar luisteren. Als mens ben ik een lerende organisatie: er komt iedere dag iets bij.’

Dertig jaar verhalen

Dit jaar bestaat de Johan Cruijff ArenA dertig jaar. Door het jubileum duikt Dik samen met haar collega’s in de geschiedenis van het stadion. ‘Er werken hier mensen die die geschiedenis vanaf dag één met zich meedragen. Door terug te kijken naar onze successen, drempels en uitdagingen gaat die geschiedenis steeds meer leven. Ik ben zelf onderdeel van vijf jaar, niet van dertig, maar het begint wel zo te voelen.’

Op de vraag welk verhaal de ArenA voor haar typeert, noemt ze geen beton, staal of bezoekersaantallen. Ze vertelt over medewerkers die ingewikkelde plannen toch voor elkaar krijgen en over internationale artiesten die voor Amsterdam kiezen omdat ze vertrouwen hebben in de mensen die hier werken.

Een groot gebouw kan afstand scheppen

Dik beseft dat niet iedereen in Zuidoost de ArenA als ‘van ons’ ervaart. Het stadion kan juist afstand symboliseren: een gebouw waar je jarenlang op uitkijkt zonder ooit binnen te komen.

Dat werd in haar eerste jaar als directeur o.a. duidelijk door een theatermaker uit Zuidoost. Zij vertelde hoe na de Bijlmerramp oplossingen vóór bewoners werden bedacht in plaats van mét hen – en dat de bouw van de ArenA voor haar bij dat gevoel hoorde. ‘Het verleden kan ik niet veranderen, de relatie van vandaag wel. Ik ben nú directeur. Wat ik kan doen is drempels verlagen en zorgen dat meer mensen deze plek binnenkomen en ervan kunnen genieten.’

Samen werken aan het gebied

Daarbij werkt de ArenA onder anderen nauw samen met Zuidoost City. De organisaties trekken onder meer samen op rond de ontwikkeling van het gebied. ‘De lijnen zijn kort en de juiste partijen komen bij elkaar. Tegelijkertijd moeten we elkaar scherp blijven houden op wat beter kan.’

Dat wordt steeds belangrijker nu de stad naar het stadion toe groeit. Nieuwe woningen, bedrijven, groen en voorzieningen brengen meer levendigheid, maar maken vraagstukken rond mobiliteit, veiligheid en leefbaarheid ook complexer. ‘We moeten veel integraler naar het gebied kijken. Dat is een ingewikkelde opgave, maar ik ben hoopvol over de manier waarop we daar nu samen aan werken.’

Energie en stilte

Haar energie haalt Dik uit mensen: uit een kolkend stadion, een gesprek met een medewerker of een bewoner die in de ArenA een droom ziet uitkomen. Opladen doet ze juist in stilte. ‘Ik wandel graag alleen door het bos of struin door een boekhandel. Zo krijg ik mijn energie terug.’

Wanneer is de ArenA écht het clubhuis van Zuidoost? Tanja hoeft niet lang na te denken: ‘Als iemand zegt: “De ArenA is ook een beetje van ons.” Alleen al als je dat uitspreekt, krijg ik kippenvel.’ Dat zeggen gelukkig steeds meer mensen uit ZO maar daar blijven we aan werken.

Een mooie ambitie voor de komende dertig jaar.